|
Aude
moet haar geboortestreek verlaten omdat ze haar zieke moeder naar een
genezer wil brengen. Maar onderweg sterft haar moeder en Aude staat er
alleen voor. Onmiddellijk blijkt dat alleen zijn veel te gevaarlijk is en
Aude vindt ‘onderdak’ bij een groep trekkende ‘creaturen’ die op
jaarmarkten hun kunsten vertonen of aan waarzeggerij doen. Bij hen voelt
Aude zich veilig.
Jonkheer Olrac is eveneens onderweg. Hij moet uitzoeken wat er met de
magister van zijn vader gebeurd is, want die is spoorloos verdwenen. Olrac
ontdekt dat er vreemde dingen gebeuren in de stad. Er hangt een sfeer van
angst. Die ondervindt Aude en haar groep aan den lijve als een opgezweepte
menigte hen van hekserij beschuldigt. Maar er blijken nog andere machten in
het spel die sommige gebeurtenissen nauwkeurig orchestreren.
Dit verhaal is het vervolg op ‘Olrac’, maar kan zelfstandig worden
gelezen. De nodige informatie hiervoor zit in het verhaal verweven.
En net zoals het vorige verhaal is dit ook weer tot in de kleinste details
uitgewerkt. De auteur weet spanning, magie, wijsheid, romantiek en
ontroering op een zeer fijne manier in elkaar te weven waardoor er een
prachtig verhaal ontstaat van vriendschap en liefde. Sommige gebeurtenissen
lijken wel erg toevallig, maar schaden de geloofwaardigheid van het verhaal
niet.
Het verhaal ontwikkelt zich langzaam, net zoals het leven toen ook langzaam
verliep. Net daardoor is het hele verhaal volkomen duidelijk voor de lezer.
Toch ontbreekt de spanning niet die het verhaal naar een gelukkige
ontknoping leidt.
Doorheen het verhaal krijgt de lezer ook een goed beeld van het toenmalige
leven in het zuiden van Frankrijk en in het bijzonder van de stad Marseille.
De verschillende personages zijn ook heel nauwkeurig beschreven en de
‘creaturen’, die door de maatschappij zijn uitgespuwd, blijken mensen
vol levenswijsheid te zijn die veel socialer en rechtvaardiger met elkaar en
anderen omgaan dan de meute van het volk die mee heult met de grootste
roeper en erg onbetrouwbaar blijkt. De ‘magie’, of liever speciale
gaven, die deze uitgestoten mensen beheren, worden door het gewone volk als
hekserij aanzien tot afgrijzen en verbijstering van Aude.
De mensen die de immer in het goede gelovende – volgens sommigen: naïeve
– Olrac omringen, blijken minder nobele plannen te hebben. Olrac zelf
blijft nog steeds de eerlijkheid en onbaatzuchtigheid zelve, waarbij zijn
overlevingsstrategieën vanuit zijn jeugd hem goed van pas komen. Zijn
geloof in het goede speelt hem soms ook parten, want de wereld is nu eenmaal
niet zo goed.
Toch moet het niet altijd kommer en kwel zijn. Dat mooie verhalen ook
steengoed kunnen zijn, bewijst dit boek.
Een pareltje om te koesteren.
Pol Van Damme
|